Twintig jaar nadat Tim Berners-Lee het wereldwijde web bedacht, telt het 162 miljoen sites. Maar het is naar zijn mening toch nog niet voldoende ontwikkeld.De Brit Tim Berners-Lee (1955) ziet een verbetering van het world wide web nu vooral als een sociale opgave: „20 procent van de wereldbevolking heeft toegang tot internet. Het is belangrijk om de overige 80 procent, in de ontwikkelingslanden, ook aan te sluiten op het net.” Berners-Lee was vanmorgen in Amsterdam, waar hij een eredoctoraat uitgereikt krijgt aan de Vrije Universiteit. De Brit, tegenwoordig directeur van het World Wide Web Consortium, dat webtechnieken bedenkt, zet zich in voor internet in ontwikkelingslanden en voor het vrijgeven van overheidsdatabases. Volgens Berners-Lee heeft het web behoefte aan een systeem waarmee bezoekers de authenticiteit van documenten kunnen controleren. Bescherming tegen malafide nepsites is wel verbeterd, aldus de Brit. [b]Grondlegger van het web [/b]Berners-Lee bedacht de techniek die ten grondslag ligt aan het moderne web. Hij werkte in de jaren tachtig als softwareontwikkelaar bij het CERN-instituut in Zwitserland en ergerde zich eraan dat documenten van collega-wetenschappers slecht toegankelijk waren. Ze waren gemaakt met verschillende programma’s en stonden op onbereikbare plekken. Handiger was het als er een centraal systeem zou zijn om documenten aan elkaar te koppelen. Om documenten met hypertext te bekijken ontwierp Berners-Lee ‘s wereld eerste browser. De eerste site op het World Wide Web van het CERN instituut, stond online in 1991. Op info.cern.ch. Daar stond uitgelegd hoe je zelf een website kunt bouwen. De eerste webbrowser werkte op een NeXT-computer, pas in 1993 werd de Mosaïc-browser beschikbaar voor pc’s en Macs. In 2008 telde het web 168 miljoen verschillende websites.